Huisreglement

Het bestuur van de Stichting Jeugdvakantieweek vindt afspraken over de manier van omgaan met elkaar belangrijk, omdat iedereen zich prettig en veilig moet kunnen voelen. Dit kan alleen als je elkaar in je waarde laat en elkaar met respect behandelt. Dit betekent dat wij in onze organisatie alle vormen van ongelijkwaardige behandeling zoals, pesten, machtsmisbruik, discriminerende, racistische, seksistische of (seksueel) intimiderende gedragingen of opmerkingen, of het hiertoe aanzetten, ontoelaatbaar vinden.

In onze huisreglement hebben we alles op een rijtje gezet. Dit reglement geldt voor iedereen die meedoet met of rondloopt tijdens het JVW: kinderen, ouders en vrijwilligers.

Op de eerste dag van het Jeugdvakantiewerk wordt door de groepsleiding aandacht besteed aan deze afspraken.

Gedragscode voor vrijwilligers

Veel grenzen in het contact tussen medewerkers en pupillen in de vereniging zijn niet eenduidig. Het ene kind wil even op schoot zitten als het troost zoekt, het andere kind heeft behoefte aan een aai over de bol en weer een ander kind vindt het niet prettig om aangeraakt te worden. Hierover kunnen dus nooit precies grenzen worden afgesproken die voor alle kinderen en in alle situaties gelden. Daarom hebben wij als organisatie voor al onze vrijwilligers een gedragscode opgesteld. Wanneer je bij ons komt werken, als vrijwilliger of als stagiair(e), vragen wij je deze gedragscode te ondertekenen. Hiermee verklaar je dat je de gedragscode kent en niet tegen de gedragscode in zult handelen.

én week per jaar vertrouwen honderden ouders hun kinderen toe aan de leiding van de jeugdvakantieweek. Een week lang trekken de kinderen samen met hun leiding op. Die leiding bestaat uit het bestuur van Jeugdvakantieweek Moergestel, de groepsleiding en alle andere vrijwilligers. Samen dragen wij zorg voor een omgeving waarin de kinderen zich veilig en prettig voelen. Daarom hebben wij als Stichting Jeugdvakantiewerk Moergestel voor al onze vrijwilligers een gedragscode opgesteld.

Wij vragen onze vrijwilligers deze code goed te lezen.

  • Ik zorg voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de kinderen zich veilig en gerespecteerd voelen
  • Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen de groep.
  • Ik houd rekening met de grenzen die anderen aangeven.
  • Ik val anderen niet lastig.
  • Ik berokken de ander geen schade.
  • Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  • Ik negeer de ander niet. Ik heb aandacht voor alle kinderen uit mijn groep.
  • Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen.
  • Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld en ik bedreig de ander niet.
  • Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijke leven of uiterlijk.
  • Ik kom niet ongewenst dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  • Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
  • Als iemand mij hindert of lastig valt (of een van de kinderen uit mijn groep) dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet lukt vraag ik een ander (organisatie) om hulp.
  • Ik ben me bewust van het feit dat ik voor de kinderen een voorbeeld functie heb.
  • Ik ga op een juiste manier om met social media. Ik maak en publiceer dus geen berichten of foto’s tegen de wil van anderen.
  • Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich er niet aan houdt op aan. Indien nodig meld ik dit bij de organisatie.
  • Deze gedragscode is op 29 maart 2014 vastgesteld door het dagelijks bestuur van Stichting Jeugdvakantiewerk Moergestel.

Via het aanmeldformulier voor de vrijwilligers (groepsleiding en alle andere vrijwilligers) geef je aan dat je je aan deze gedragscode zult houden.

Meldprotocol

Dit protocol beschrijft hoe je moet handelen bij situaties waarin sprake is van (vermoedens van) seksueel misbruik / ongewenst gedrag en hoe en bij wie deze gemeld moeten worden. Het protocol biedt bescherming aan de melder / degenen die naar het protocol handelen, aan het vermoedelijke slachtoffer en aan degene die beschuldigd wordt. Het protocol geeft ook een verplichting: te handelen op de vastgelegde manier.

Meldprotocol Stichting Jeugdvakantiewerk

Dit protocol beschrijft hoe je moet handelen bij situaties waarin sprake is van (vermoedens van) seksueel misbruik / ongewenst gedrag en hoe en bij wie deze gemeld moeten worden. Het protocol biedt bescherming aan de melder / degenen die naar het protocol handelen, aan het vermoedelijke slachtoffer en aan degene die beschuldigd wordt. Het protocol geeft ook een verplichting: te handelen op de vastgelegde manier.

Het protocol heeft betrekking op het contact tussen vrijwilligers (al diegenen die met kinderen/jongeren tot 18 jaar werken / in aanraking komen) en deelnemende kinderen en op grensoverschrijdende contacten tussen kinderen onderling. Naast dit meldprotocol is er een klachten- of tuchtprocedure die in werking kan worden gezet na een melding. Ook kan melden leiden tot aangifte wanneer er sprake is van een (vermoeden) van een strafbaar feit. Verder kan melding leiden tot (voorlopige) maatregelen t.o.v. de beschuldigde. (zie hoofdstuk F). Het bestuur is verantwoordelijk om op een zo zorgvuldig mogelijk en objectieve wijze met elke melding om te gaan. Indien nodig zal het bestuur dan ook een beroep doen op in- of externe deskundigen.

1. Wat is seksueel misbruik?

Wat zegt de wet?
De Nederlandse wetgeving geldt voor iedereen, dus ook voor gebeurtenissen die zich binnen dan wel buiten de Stichting Jeugdvakantiewerk afspelen. In het Wetboek van Strafrecht, boek II, titel XIV ‘misdrijven tegen de zeden’ stellen diverse wetsartikelen bepaalde seksuele gedragingen strafbaar. Deze zijn ook binnen het Jeugdvakantiewerk allen van kracht. Eén wetsartikel 249 willen we hier met name noemen:

“Hij die ontucht pleegt met zijn minderjarig kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van de vierde categorie”.

Een jeugdlid is aan de zorg en waakzaamheid van onze vereniging toevertrouwd. Dit artikel is dus onverminderd van kracht op al diegenen die jeugdleden begeleiden.

Definitie seksueel misbruik

Er bestaan vele uitingsvormen van seksueel misbruik van kinderen. Sommige gedragingen zijn door het duidelijke (strafbare) seksuele karakter niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Maar bij sommige gedragingen kunnen vloeiende overgangen bestaan tussen wat je wel en wat je niet als seksueel / ongewenst kunt typeren. Als criterium kan worden gehanteerd: of het welzijn van het kind en zijn lichamelijke en psychische integriteit in het geding zijn. Bij seksueel misbruik zijn de ‘gevoelens van het jeugdlid’ en niet de ‘gedachten of bedoelingen van de volwassene’ bepalend. Én hetgeen is verwoord in de zedenparagraaf van het Wetboek van Strafrecht.

De volgende definitie geeft hierover duidelijkheid:

Seksueel misbruik

Elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, nonverbale, digitale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren; en /of plaatsvindt binnen een ongelijke machtsverhouding (volwassene- kind, hulpverlene r-cliënt, leerkracht-leerling, trainer-pupil, leiding – jeugdlid, e.d.); en / of andere handelingen of gedragingen die strafbaar zijn volgens het Wetboek van Strafrecht.

Om welke gedragingen gaat het?

In de gedragscode staat duidelijk verwoord welke gedragingen niet zijn toegestaan. Enkele voorbeelden:

  • alle seksuele contacten met kinderen tot 18 jaar;
  • een seksueel/erotisch geladen sfeer scheppen (ook via afbeeldingen, post,telefoon,sms, e-mail, internet);
  • intieme relaties tussen jeugdleden en begeleiders;
  • ongewenste aanrakingen.

2. Signaleringstaak vrijwilligers

Alle vrijwilligers hebben een taak in het signaleren van (vermoedens van) seksueel misbruik en
grensoverschrijdend gedrag. We verwachten dat zij niet alleen de grovere vormen serieus
nemen, maar ook de zogenaamde ‘kleinere’ grensoverschrijdingen. Deze komen het meest voor
en zijn vaak een signaal voor een klimaat waarin ernstigere vormen meer kans kunnen krijgen.
Wanneer je mildere vormen van grensoverschrijdend gedrag signaleert, verwachten we dat je
de betreffende perso(o)n(en) daarop aanspreekt en corrigerend optreedt.

3. Meldplicht bij (vermoedens / signalen) van seksueel misbruik

Iedereen die seksueel misbruik vermoedt, of erover hoort, is verplicht dit te melden bij het bestuur (of door een door het bestuur daarvoor aangewezen persoon). Wanneer medewerkers twijfelen over de ernst of het terecht zijn van een vermoeden, geldt een consultatieplicht bij een vertrouwenspersoon die zij om advies kunnen vragen.

Indien medewerkers (vermoedens van) seksueel misbruik direct uiten bij hun leidinggevende, gaat deze niet zelf tot handelen over, maar schakelt de het bestuur in. De meldplicht overstijgt alle andere belangen die in het geding zouden kunnen zijn, zoals de wens tot geheimhouding bij het slachtoffer. Het is niet aan medewerkers om aan waarheidsvinding te doen, dit kan een eventueel juridisch traject verstoren.

Let wel: een melding is géén beschuldiging! Na een melding wordt zorgvuldig en objectief onderzocht wat er aan de hand is. Er is oog voor zowel de privacy en belangen van het vermoedelijke slachtoffer als die van de beschuldigde.

Het bestuur laat zich desgewenst adviseren door (externe) deskundigen over verdere handelwijzen:

  • gesprek met beschuldigde;
  • informatief gesprek met de politie;
  • instellen calamiteitenteam;
  • in gang zetten klachtenprocedure;
  • aangifte bij politie;
  • voorlopige maatregelen t.a.v. de vermoedelijke pleger / beschuldigde;
  • veiligstellen en opvang van het slachtoffer;
  • informatie aan betrokkenen;
  • nazorg.

4. Voorlopige zwijgplicht na een melding

Naast de meldplicht geldt een voorlopige zwijgplicht voor het bestuur, de melder en medewerkers binnen de organisatie ten opzichte van derden. Natuurlijk kunnen deze betrokkenen zich wel uiten bij de vertrouwenspersoon. Een voorlopige zwijg plicht is nodig zodat er niet meer personen bij een zaak worden betrokken dan voor een zorgvuldige behandeling noodzakelijk is. Er moet worden voorkomen dat geruchten ontstaan en iemand al bij voorbaat als ‘schuldig’ wordt bestempeld. De zwijgplicht is ook belangrijk om te zorgen dat een eventuele strafrechtelijke procedure niet wordt belemmerd.

5. Hoe te handelen bij vermoedens of feiten rond seksueel misbruik

Er zijn vele signalen die op seksueel misbruik kunnen duiden, maar het belangrijkste signaal is misschien wel: ik heb het gevoel dat er iets niet klopt. Ga bij jezelf het volgende na en probeer alleen feiten te benoemen:

  • Wanneer begon de ongerustheid? Waardoor? Wat is er precies gebeurd?
  • Om welke signalen gaat het? Wanneer doen ze zich voor?
  • Zijn er geleidelijke of plotselinge gedragsveranderingen? Hoe lang is dit al aan de hand?

Het kan ook zijn dat een jeugdlid je spontaan vertelt over het misbruik, een ouder zijn zorgen
naar je uitspreekt, of dat je het zelf ter plekke constateert.

DOEN

Zorg voor de veiligheid van het kind / de jongere(en).
Als je iemand op heterdaad betrapt:

  • Laat het slachtoffer niet alleen;
  • Meld het onmiddellijk aan de leidinggevende of degene die bereikbaarheidsdienst heeft voor calamiteiten;
  • Als de situatie bedreigend is: bel 112 zodat de politie kan ingrijpen;
  • Laat de toestand zoveel mogelijk onaangeroerd i.v.m. eventueel sporenonderzoek. Bel de zedenpolitie (112), meld waarover het gaat en vraag om instructies;
  • Stel zo weinig mogelijk vragen. Luister en stel het kind op zijn/haar gemak;
  • Schrijf alles zo letterlijk en feitelijk mogelijk op, ook de vragen die je hebt gesteld;
  • Vertel dat je verplicht bent het verhaal aan het bestuur te melden, maar dat er geen stappen buiten medeweten van het slachtoffer om worden genomen;
  • Meld het vermoeden direct bij het bestuur (zie bijlage 1.). Bij twijfel consulteer de vertrouwenspersoon;
  • Verwijs de persoon desgewenst naar een vertrouwenspersoon;
  • Licht zo snel mogelijk de leidinggevende in over de situatie;
  • Blijf beschikbaar voor het kind/de jongere en blijf de normale begeleiding bieden.

LATEN

  • Handel nooit op eigen houtje!
  • Hoor het vermoedelijke slachtoffer niet uit. Het uithoren van het vermoedelijke slachtoffer en/of het spreken met contactpersonen van het vermoedelijke slachtoffer kan een eventueel juridisch traject verstoren. Het is niet aan de medewerker om aan waarheidsvinding te doen!
  • Neem bij een vermoeden nooit zelf contact op met de vermoedelijke pleger, ook niet als het een collega is. De beste manier om het misbruik te stoppen en aan te pakken, is een objectief en een officieel onderzoek.
  • Denk aan de (voorlopige) zwijgplicht!
  • Beloof nooit geheimhouding, ook niet wanneer een slachtoffer erom vraagt.

Tijdens de leidingbijeenkomst wordt aan de Gedragscode en Meldprotocol aandacht besteedt.

Het Huisreglement, Gedragscode en Meldprotocol zijn gebaseerd op de informatie op

www.inveiligehanden.nl